De hoofdpersoon in deze autobiografisch getinte roman heet Hans Sievez.
Hij groeide op onder het streng gelovige regime van zijn vader, waar hij zich tegen afzette.
Later in zijn jeugd ontmoette hij Jozef Mieras, die ook zijn bepaalde geloofsovertuiging wilde overbrengen. Opnieuw zette Hans zich tegen hem af.
Hans trouwde met Margje en ging bloemen in kassen kweken.
Op een middag meende Hans "het licht van God" te hebben gezien en zocht weer contact met Mieras, en diens gemeente. Het was alleen voor hem, want hij zag het Licht en niet Margje.
Een recensist noemde het geloof "streng calvinistisch" maar op mij kwam het vooral sectarisch over "wij zijn De Waarheid" en een ieder moet daarnaar op zoek middels intens bidden, en op een zwaar aangezette toon.
Hans sprak er niet met Margje over, het was toch alleen voor hem? Hiermee kwam ook Hans zijn relatie met zijn vrouw en 2 zonen onder hoogspanning. Het was een voortdurende strijd, want eigenlijk was Hans een zachtaardige persoon, maar geraakte onder invloed
van de broeders.
Het is een hartverscheurende roman, ik had Hans wel uit die secte willen schreeuwen, want ik bleef hem sympathiek vinden. Waarom toch zo op die manier? Zo fatalistisch..
Jan Siebelink raakte mij met deze roman als lezer, het is een meeslepende roman...