(Kos, 1)
Het aesculapteken is vandaag de dag het symbool van een arts. Het teken stamt uit de Griekse mythologie en is het teken van Asklepios, de God van de geneeskunde. Asklepios was de zoon van de God Apollo, van wie hij veel over de geneeskunde
had geleerd. Zijn dochter Hygeia was de Godin van de gezondheid.
Het Aesculapteken bestaat uit een staf. Rondom die staf kronkelt zich een slang, in de oudheid symbool voor het stervende én uit de dood verrijzende leven.
Naar Asklepios noemden
de artsen zich asklepiaden. De tempel van Asklepios vormde het middelpunt van inrichtingen voor zieken en gebrekkigen. Zo werd dit complex het eerste medische centrum, de ruïnes hiervan zijn nog altijd te zien op het Griekse eiland Kos.
Het
waren prachtige gebouwen, met een enorme zuilengalerij, het Abaton. Hier stonden de bedden van patiënten. Het Asklepion van Kos bestaat uit 3 grote verhogingen van zeer grote oppervlakte. Ze waren gescheiden van elkaar door hoge muren en verbonden door
trappen van marmer.
1e verhoging
Aan de kanten bevond zich een Stoa en kamers waarvan nu de grondmuren nog te zien zijn. Hier bevond zich de medische faculteit, het anatomisch en pathologisch museum. Er waren kamers voor de behandeling en het
verblijf van de mensen.
2e verhoging
Hier bevond zich het luxe altaar van Apollo, Kyparissios de ruïnes van de tempel van Aesculap, priesterhuizen, ruïnes van een tempel gewijd aan Apollo, en een half ronde tribune.
3e verhoging
Hier de ruïnes van de grote Aesculap tempel in Dorische stijl, resten van verschillende ruimtes, en een Stoa. Het Asklepion was in de oudheid erg beroemd en stond vol met kunstvoorwerpen en offergaven.